Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maal begon moest je voort bedriegen, begreep ik. Het was toch maar om m'n leven tegen m'n medemensen te verdedigen. Ja, d&arvoor was 't. Daarom — ik beet op m'n tanden van beslotenheid — daarom zou ik voortdoen, kost wat kost! Ik vloekte er inwendig bij. Ze moesten me maar laten leven lijk een ander. Men haalt het waar men het krijgen kan en, als 't nodig was, moest de hele maatschappij er maar voor boeten.

Mijn vrouw was echter terneer geslagen. — Het zal nooit gaan! jammerde ze, 't zijn allemaal wolven. Zie je wat bedriegersgoed dat allemaal is? En zes ten honderd! 't is verschrikkelik!

We vertelden het ook aan de huisvrouw en aan de man, die van dezelfde mening waren. Zo'n bedrieger, dat was al te schandalig. En bovendien, meende de man, waarom moest ik een schatter aanstellen? Ik kon toch best zelf mijn zaken verdedigen. Dat was heel natuurlik.

Zes ten honderd! En wij zoveel zorgen en schrik doorgestaan hebben voor wat arme centen! Neen, ik kon me daar niet bij neerleggen.

Sluiten