Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met Latijnschen, Duitschen, Franschen en Italiaanschen tekst.

Het eerste plaatje vertoont een landschap met een onderwijzer en een jongen op den voorgrond, die samen een gesprek voeren. De onderwijzer belooft den jongen, hem alle dingen te laten zien en alles met namen te benoemen. Voor hij daartoe echter overgaat, moet het kind leeren uit welke klanken de menschelijke taal bestaat en de onderwijzer zal die klanken vergelijken met geluiden, die de dieren maken.

De volgende twee bladzijden geven dan ook in beeld en woord het alphabet. Naast de afbeelding van een kraai of raaf staat: de kraai (raaf) krast: a; naast de afbeelding van het schaap staat: het schaap blaat: bé ee. enz.

Na het alphabet volgen 150 afbeeldingen, die een beknopte samenvatting vormen in beeld van de geheele toenmalige kennis. Elke afbeelding is van een toelichting voorzien, in den druk, dien wij raadplegen, in de vier bovengenoemde talen. Het geheel wordt besloten door dezelfde afbeelding, die het boek opent: de onderwijzer herinnert in de toespraak den leerling, dat hij hem in een kort bestek alle dingen heeft vertoond en de voornaamste woorden in de vier talen geleerd heeft. Hij vermaant hem verder voort te gaan met het lezen van goede boeken, om daardoor wijs en vroom te worden, God te vreezen en Hem te bidden, dat Hij hem den geest der wijsheid verleene. Na de afbeeldingen volgt dan nog een woordregister van alle behandelde zaken in de vier talen.

Wij kunnen natuurlijk hier niet alle afbeeldingen beschrijven. Om den lezer een denkbeeld van het geheel te geven, zullen wij de opschriften van de eerste vijftien afbeeldingen vermelden en de toelichting bij één der afbeeldingen in haar geheel opnemen.

De eerste vijftien plaatjes dragen tot opschrift: I God, II de wereld, III de hemel, IV het vuur, V de lucht, VI het water, VII de wolken, VIII de aarde, IX de.voortbrengselen der aarde, X de metalen, XI de gesteenten, XII de boom, XIII de boomvruchten, XIV de bloemen, XV tuinvruchten.

Wij zullen hier de toelichting opnemen van afbeelding XXX. Het plaatje vertoont een landschap met eenige dieren en een huis, waarin zich ook een dier bevindt. Naast elk dier staat een cijfer. Het opschrift luidt: slangen en kruipende dieren. Op de bladzijde naast het plaatje staat in de vier talen de bijbelspreuk, Jesaja 27 vers 1 : Te dien dage zal de Heer met, zijn hard en groot en sterk zwaard bezoeken den leviathan, de langwemelende slang, ja den leviathan, de kronkelende slang.

Sluiten