Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klas der grammatica. (Latijn, Grieksch, Hebreeuwsch en de moedertaal); de tweede klas die der p h y s i c a (met inbegrip van sterrenkunde en aardrijkskunde); de derde klas die der mathematica (met inbegrip van de meetkunde); de vierde klas die der ethica (zedenkunde); de vijfde klas die der dialectica (redeneerkunde); de zesde klas die der rhetorica (welsprekendheidsleer).

Daarenboven moet in alle klassen des namiddags liet eerste uur aan de geschiedenis worden gewijd, omdat geschiedkundige kennis het heerlijkste gedeelte der opvoeding vormt. In de eerste klas bijbelsche geschiedenis; in de tweede klas natuurgeschiedenis, in de derde kunstgeschiedenis (geschiedenis der uitvindingen), in de vierde klas zedengeschiedenis, in de vijfde klas geschiedenis van de gebruiken der volken, in de zesde klas geschiedenis der wereld en van het vaderland.

Het tweede middaguur moet verder besteed worden aan oefening in het stellen, zoowel mondeling als schriftelijk, naar aanleiding van wat 's morgens behandeld is.

Het onderwijs, volgens dit leerplan gegeven, onderscheidde zich in zoover gunstig van het onderwijs op onze tegenwoordige hoogere burgerscholen en gymnasia, dat er minder gevaar bestond, dat de leerling door de veelheid der vakken in verwarring geraakte. De leerling kan zijn krachten op een minder omvangrijke leerstof beter concentreeren. Men heeft daarom deze rangschikking der leerstof ook wel eens concentratie genoemd. *)

Deze concentratie verschilt echter in haar wezen geheel en al, van wat wij er onder verstaan. De concentratie van C's Latijnsche school noemt men wel successieve concentratie.

Het nadeel van dit leerplan ligt natuurlijk in het eenzijdig karakter der leerstof gedurende een bepaald leerjaar. Daarenboven bestaat er groot gevaar, dat in volgende leerjaren wordt vergeten, wat in de voorafgaande geleerd is.

Toch trachtte C. ook hier verband te brengen tusschen de verschillende deelen der leerstof. Het geschiedenisonderwijs in de verschillende leerjaren staat, zooals den lezer wel zal gebleken zijn, reeds in verband met de leerstof, waarnaar het leerjaar ge-

1) Zie omtrent concentratie: bl. 200 e. v. Grondbeginselen der opvoedkunde door M. H. Lem.

Sluiten