Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zins in tegenspraak geraken, met wat wij met instemming vermeldden als het grondbeginsel van Francke's opvoedkunde (zie bl. 71), dat het doel der opvoeding niet gelegen is in opleiding voor beroep of bedrijf, maar in vorming.

Ongetwijfeld is het doel der opvoeding vorming en daarom schreven wij boven, dat de kinderen niet voor velerlei zaken belangstelling moeten gevoelen, omdat het nuttig is, maar omdat zij zich uit innerlijken aandrang er aan wenschen te wijden. Daarnaast staat echter, dat de mensch dingen leeren moet met het oog op zijn aanstaanden werkkring en de opvoeder moet dus ook de opleiding voor beroep of bedrijf binnen den kring zijner beschouwingen trekken. Die opleiding voor beroep of bedrijf is dus een der middelen voor de opvoeding, voor zoover door die opleiding het doel der opvoeding, vorming, wordt bereikt. De kinderen moeten echter bij alles, wat zij leeren, steeds uit ware toewijding aan de leerstof zich zelf er mee bezighouden.

Als nu het doel der opvoeding vorming is, dan kan men, omdat de godsdienstige vorming tevens de zedelijke vorming, de aesthetische vorming en de vorming tot het ware omvat, met 11ancke instemmen, dat het doel der opvoeding de eere Gods beoogen moet, (zie hiervoor ook bl. 70)maar hieruit volgt nog niet, dat de kinderen zouden moeten zeggen, dat zij schrijven bijv. leeren, om Gods naam te verheerlijken; want als zij bij het schrijven zich dat werkelijk voorstelden, dan zou de onmiddellijke belangstelling voor liet schrijven weer tot middellijke belangstelling worden.

Wij achten echter deze voorstelling niet alleen verkeerd, maar practisch onmogelijk. Het kind kan wel zeggen, dat hij schrijven leeren wil, om Gods naam groot te maken, maar dat is slechts napraten. Een kind schrijft in werkelijkheid mooi, omdat hij behagen schept, lust heeft in het maken van mooie letters, uit belangstelling in het schrijven. Francke verwart de doeleinden, die de opvoeder zich stelt, met de oorzaken, die het kind bewegen, zich met volle belangstelling aan iets te geven.

Voorzeker het is een zedelijke en derhalve ook een godsdienstige plicht van het kind, dat het z ij n best doet, ook bij het schrijven, en dit plichtgevoel kan het dus den eersten aanstoot geven, om te trachten zijn werk zoo goed mogelijk te maken, maar onder het schrijven moeten het de lettervormen zelf zijn, die hem belangstelling inboezemen.

Sluiten