Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den staatsgodsdienst, dien B. zelfs, zooals wij boven schreven, niet op de bijzondere school zou willen missen.

B. onderzoekt dan verder de gebreken der scholen. Z a a k k e nn i s ontbreekt overal en het verbalisme heerscht allerwegen. Op den toekomstigen stand der kinderen wordt niet gelet en van opklimming in moeilijkheid van de leerstof in overeenstemming met het ontwikkelend verstand der leerlingen is geen sprake. „Waarom zijn of heeten alle openbare scholen der steden Latijnsche scholen! Wat heeft de aanstaande meubelmaker of metselaar aan zijn woordenboek, zijn Donatus (een bekende grammatica), zijn Latijnsche catechismus, zijn voorraad Latijnsche spreuken, zijn Miltiades, zijn brieven van een Romeinschen burgemeester ; wat baat hem al den tijd dien hij daarbij verloren heeft, al de ellende die hij daarbij heeft uitgestaan!"

Nog in ander opzicht werken de scholen verderflijk. Deugd en vaderlandsliefde komen bij de schoolopvoeding niet tot hun recht. „De deugd van de keuschheid bijv., is wel een der belangrijkste. Zij is, zooals ik uit eigen ondervinding en uit die van anderen weet, niet zelden in de openbare scholen aan het ergste en onnatuurlijkste gevaar blootgesteld; op jeugdigen leeftijd leeren velen zonder bijna te weten, dat het zonde is, zóó zondigen, dat al keeren zij ook terug op den goeden weg, toch hun lichaam noch hun ziel ooit weer de sterkte en gelukzaligheid der onschuld terugkrijgen kan. Ik weet hoe moeilijk het te vermijden is. Maar des te meer is het noodig dat over de middelen ter verbetering beraadslaagd wordt, om zoo mogelijk betere te vinden, dan men thans kent. Want de zaak is voor het geheele menschelijk geslacht van groot belang."

Opzettelijk hebben wij bovenstaande aanhaling in haar geheel gegeven, omdat B. en door hem alle andere philantropijnen steeds sterk geijverd hebben tot bestrijding van onanie. Ik geloof, dat zij de eerste opvoeders zijn, die op deze afdwaling bij kinderen de aandacht gevestigd hebben ; zeker kunnen geen andere genoemd worden, die het euvel met grooter kracht hebben bestreden. Misschien zijn ze in hun bestrijding wel eens tot overdrijving vervallen en hebben zij vaak spoken gezien, waar ze niet waren, maar de lof, het kwaad te hebben aangewezen, mag hun niet worden onthouden.

Een verbetering der scholen is volgens B. slechts mogelijk door een betere opleiding der onderwijzers. Beterschap

Sluiten