Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opzichte van hun vlijt. Ten tweede hebben de onderwijzers er een middel door in handen, om aan hun kweekelingen zonder lichamelijke straffen, die ik in mijn inrichting niet duld, hun plichtsverzuim te doen gevoelen door het ontnemen van kaartjes, waarvan ze er vijftig moeten ontvangen om achter hun naam een koperen spijker te verkrijgen. Werkelijk voelen zij dit ontnemen van kaartjes vaak dieper, dan een kind dat aan slaag gewend is, een lichamelijke kastijding. Gedurende den tijd, dien een kind nóodig heeft om vijftig spijkers te verkrijgen, is gewoonlijk zijn rede zoover ontwikkeld, dat hij een dergelijk zinnelijk regeeringsmiddel niet meer noodig heeft. Hij wordt nu een poosje op de proef gesteld, of hij ook zonder dit regeeringsmiddel zijn zaken ordelijk verricht en zijn maatschappelijke plichten vervult. Doorstaat hg de proef, dan wordt hij tot officier benoemd, als jongeling behandeld, toegelaten in het gezelschap van volwassenen, wordt met het toezicht over de kleintjes belast enz. De orde voor vlijt heb ik reeds sedert langen tijd afgeschaft. Zij stond in waarde' gelijk met een aanstelling tot officier. De zaak is gebleven, de naam Pi'ijs gegeven, en omdat de meeste menschen meer aan den naam der dingen dan aan de dingen zelf hechten, hoop ik dat zij die aanstoot vonden aan den naam ridderorde gerustgesteld zullen zijn."

In het slotwoord richt S. nog een ernstig woord tot de aanstaande opvoeders.

„Het bekende spreekwoord : Non ex quovis ligno fit Mercuriusx) kan ook op den opvoeder worden toegepast. Evenmin als het ieder mensch gegeiven is, zelfs met den besten wil van de wereld en met de beste opleiding, om schilder of dichter te worden; zoo is het evenmin ieders zaak opvoeder te zijn. Daartoe behoort een natuurlijke aanleg. Men kan in hooge mate rechtschapen"en wijs zijn, veel kennis en velerlei vaardigheid bezitten, en toch indien deze gaaf ontbreekt, onmachtig zijn op kinderen invloed te oefenen en hen te leiden."

Daarom vervolgt S., onderzoek u zelf goed. Blijkt het u, dat gij ei den aanleg toe mist, kies een andere betrekking.

„Vindt gij echter, dat de omgang met kinderen u vreugde

!) Niet uit ieder hout kan men een Mercurius maken, vri) vertaald: alle hout is geen timmerhout.

\

Sluiten