Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet zoozeer het ding, als wel de mensch, die het ding voortbrengt, die het onderwerp van het nader onderzoek uitmaakt. Zoo worden de werkplaatsen en de handwerklieden, de winkels en de kooplieden, de openbare gebouwen en zij, die er hun ambt of betrekking in uitoefenen (ambtenaars, raadsheeren, onderwijzers, geestelijken) achtereenvolgens besproken, terwijl het geheel wordt besloten met de bespreking van het huisgezin en zijn leden. "Voor dit laatste deel der „beschouwing van natuur- en buitenwereld" zou de benaming geschiedkundig aanschouwingsonderwijs zeer doeltreffend zijn.

Uit ons overzicht zal den lezer gebleken zijn, dat bij de „beschouwing van natuur- en buitenwereld" de eigenschappen der dingen niet worden onderzocht. Volgens de bedoeling van Fröbel moet dit geschieden bij de taaloefeningen, die van de beschouwing van natuur- en buitenwereld uitgaan, bij de kleine reizen en grootere wandelingen, bij de vormleer, die haar uitgangspunt in de beschouwing van het schoolvertrek en de schoolmeubelen vindt, en bij de opvatting van kleuren. Wij bemerken dus, dat Fröbel over verschillende leervakken verdeelt, (het woord leervak is hier wel eenigszins in ongewonen zin genomen), wat wij bij het aanschouwingsonderwijs of zaakonderwijs in zijn geheel behandelen. Het nagaan van de verschillende eigenschappen der dingen wordt bij Fröbel tot stof voor verschillende leervakken.

Bij de opvatting der kleuren vindt het beginsel van den arbeid zijn toepassing. Omtrekfiguren van bladeren, bloemen en vruchten worden door de leerlingen van de passende kleuren voorzien. Op den voorgrond staat echter steeds, dat de beschouwing der dingen het uitgangspunt vormt voor de kleurenleer.

Vrij wel afgescheiden van het beschouwen van natuur en buitenwereld staat het bouwen, ofschoon Fröbel zelf verklaart, dat het zich met noodzakelijkheid bij die beschouwing, alsmede bij de taaloefening aansluit.

Het materiaal, dat Fröbel op dezen trap wenscht te gebruiken bestaat uit bouwsteenen en blokken van hout, stokjes, papier en karton. Het boetseeren (das Formen aus bildsamer weicher Masse) wenscht hij tot een volgenden trap uit te stellen.

Ofschoon hij het niet opzettelijk vermeldt, krijgen wij toch den indruk, dat hij oefeningen voor de inhoudsberekening aan dit bouwen wensch te verbinden. Wat hij met de stokjes, het papier

Sluiten