Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven." Dit is klaarblijkelijk een natuurlijk gevolg, niet vergroot en niet verkleind, en dat zal door het kind erkend worden. Ook komt de straf op het oogenblik, dat ze het sterkst wordt gevoeld. Een pas ontwaakte wensch wordt de bodem ingeslagen op het oogenblik dat de vervulling verwacht werd en de sterke indruk, die zoo wordt teweeggebracht, zal niet nalaten invloed te oefenen op het toekomstig gedrag: bij consequente herhaling zal deze invloed de eenig mogelijke zijn om de fout te genezen. Daar komt nog bij, dat langs dezen weg het kind een les ontvangt, die niet te vroeg kan geleerd worden, dat in deze onze wereld genoegens slechts op de juiste wijze door arbeid kunnen verkregen worden."

Nadat S. nog eenige soortgelijke voorbeelden gegeven heeft, acht hij het onderscheid tusschen kunstmatige en natuurlijke straffen voldoende toegelicht.

Wat moet ons oordeel zijn over S.'s stelsel van zedelijke opvoeding? Allereerst zeker wel dat hij niet de geheele zedelijke opvoeding behandeld heeft, maar slechts een zeer klein onderdeel der zedelijke opvoeding, de straffen, heeft besproken. Van belooningen wordt niet gerept, van onmiddellijke inwerking op het kinderlijk gemoed nog minder. Is dit een onwillekeurig verzuim ? Wij gelooven het niet. De natuurlijke straffen als eenig middel van zedelijke opvoeding zijn het onvermijdelijk gevolg van S.'s zedenkundige beginselen. Hij is in dit opzicht een veel getrouwer natuurapostel dan Rousseau, die zij het dan ook laat, toch de eigenlijke zedelijke opvoeding niet geheel verwaarloost.

Maar — ook als straffen zijn de zoogenaamde natuurlijke straffen hopeloos eenzijdig. Wij hebben opzettelijk de uitspraak van S. aangehaald, dat de meest heilzame tucht niet in goed- of afkeuring van de ouders bestaat. Dit ligt ook geheel in het stelsel; voor goedkeuring of afkeuring is geen plaats als de persoonlijke factor, de ouderlijke liefde, in de opvoeding ontbreekt. Toch kan S. de goedkeuring en de afkeuring blijkbaar niet missen. Bij ernstige vergrijpen acht hij deze opvoedingsmiddelen juist op haar plaats. Maar — het kind volgens S.'s stelsel opgevoed, heeft voor het waardeeren van goed- en afkeuring geen orgaan en wij achten dit inroepen van het ouderlijk oordeel wel een mooie inconsequentie, maar in elk geval een inconsequentie.

En — bezitten de natuurlijke straffen de voordeelen die S. er aan toekent? Wij kunnen niet beter doen, dan hier te herhalen

Sluiten