Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mij?" klonk het verwonderd, en de anders ,.oo zachte blauwe oogen van haar landgenoot vestigden zich doordringend op het gelaat van het jonge meisje.

„Kent gij, ja of neen, de legende van de Witte Roos ?" vroeg zij schijnbaar onverschillig.

,,Maar gij . . . . gij.... eene vrouw?" mompelde haar toehoorder ontsteld.

„Men heeft het noodig geacht ook mij in het geheim daarvan in te wijden," klonk het langzaam.

„Is het mogelijk? En waar?"

„In Engeland; zoodra het beslist was dat ik hierheen vertrekken zou. Gij ziet dat ik openhartig ben; want in dit land valt niet met een dergelijke bekentenis te spotten. Zeg mij even ronduit of gij tot den Bond behoort of niet. Ik hoop dat gij mij reeds genoegzaam kent, om te begrijpen dat deze vraag mij niet door nieuwsgierigheid ingegeven wordt."

„Ja, mijn naam staat onder die der overige broeders opgeteekend," gat Ainstowe langzaam ten antwoord, na een blik in het rond te hebben geworpen, om zich te overtuigen dat deuren en vensters goed gesloten waren: „maar al moest ik daardoor ook in uw achting dalen, ik wil niet dat gij mij aan zult zien voor hetgeen ik niet ben. Nooit zou ik mij, uit eigen beweging, met staatkunde hebben ingelaten.

Sluiten