Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bespreekt de laatste bevelen uit Londen ontvangen, niet waar ?" en hij slaakte een luiden spotlach: „De bevelen uit Londen! Ha! ha! ha! ha! alsof de heeren daarginds over de toestanden hier konden oordeelen. Het bestuur der Witte Roos moest naar Afrika worden overgebracht, zeg ik u."

„Mijnheer Norton, mijn vriend," zeide Ainstowe, zich over hem heenbuigende: „Hoor mij aan. Gij hebt beloofd te zwijgen, overal, altijd. Herinner u den afgelegden eed. Niets kan u daarvan losmaken."

„Zwijg dan toch, zeg ik u !" riep de zieke luid : „Wat zoekt gij mij te overstemmen ? Spreek mij niet van bevelen; zij die ze uitdeelen weten van niets. Zal ik u zeggen wat de groote zwakheid uitmaakt, van ons Engelschen ? Het is onze opgeblazenheid."

„O ! Gode zij dank, zijne gedachten nemen eene andere richting !" fluisterde het meisje.

„Zijn wij opgeblazen ?" vroeg de zendeling, hopende dat hij inderdaad op een ander onderwerp zou doorgaan.

„Hoe kunt gij het nog vragen ? Wij zijn overal en altijd vervuld van het : „Ik kwam, ik zaen ik overwon !" De Witte Roos is zeker

o

zich van geheel Afrika meester te kunnen maken, op den dag dien zijzelve daartoe uitkiezen zal. Ik was eenmaal even waanzinnig van

Sluiten