Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij was, schatten uitdeelde. Uit liefde tot mijne medemenschen alleen leerde ik het geheim der geneeskracht van kruiden, achteloos door de lieden voorbijgegaan. Ik gaf al mijne vrije uren aan de zieken der streek ; ik heelde de dieren ; als iemand smart leed ging ik tot hem en beproefde hem te troosten; maar opeen zekeren dag sloegen de blanken den man dood dien ik liefhad ; ik weet niet meer aan welk klein verzuim hij zich schuldig maakte, op een jachtpartij ; het heette wel dat niemand eenig kwaad bedoeld had met die afstraffing, maar hij bezweek er onder en zoowel Engelschen als Boeren hadden daaraan meegedaan, en gelachen om zijne kreten, zijn jongste gekerm ! Dien dag stierf alles wat goed was in mij ; zwoer ik hem te zullen wreken, had ik de menschen leeren kennen, zooals zij zijn, wreeder dan de verscheurende dieren ; O ! ik haat u allen, gij zonen van het bleeke ras, met het zachte gelaat en de mêedoogenlooze ziel ; maar de Engelschen haat ik tweemaal, gij Hoeren zijt de tijgers, zij zijn de slangen, die ons zachtjes naderen en zich om ons heen wikkelen als wilden zij ons verwarmen, maar alleen om ons dood te knellen, of te vergiftigen met hun tong. Djaguna's kind zal het eenmaal weten, dat de heillooze betoovering, waarvan ik haar het geheim leeren zal, allereerst op de Engelschen moet worden uit-

Sluiten