Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den grond en antwoordde niet aanstonds.

„Wij behoeven daaromtrent geen plichtplegingen meer tegenover elkander te gebruiken," ging Moorbreggen voort : „Uw vader verfoeit nu eenmaal de Boeren, en het vooruitzicht zijne dochter aan een hunner weg te schenken, zal hem natuurlijk zoo onwelkom zijn, dat hij zal beginnen met er zich uit al zijne macht tegen te verzetten."

,,Ja .... maar wilt gij mij iets toestaan ?"

,,Alles, alles, dat weet gij wel, liefste."

Laat mij alleen dan met hem spreken over uw wensch, en ik ben bijna zeker al zijne bezwaren uit den weg te zullen ruimen."

„Gij ?" mompelde Herman : „Bezit gij dan zulk een invloed op hem?"

„Somtijds.... als ik er in slaag den rechten toon aan te slaan," klonk het met een lachje, dat veeleer bitter dan vroolijk was: „Laat mij ook hierin beproeven of ik dien niet vind."

„Ja, Iaat ons beiden alles aanwenden, Lleanor, wat slechts mogelijk is tot het verwerven van ons geluk, en gij zult zien welk een zonnig leven wij te gemoet gaan aan elkanders zijde, hoe genotvol het is hier, in deze schilderachtige streek, ver van de wangunstige wereld, steen voor steen het gebouw van onze toekomst op te trekken, de laatste jaren onzer ouders zonnig te maken en later, op onze beurt, onze jeugd

Sluiten