Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En reeds trad hij op zijn valies toe, om daaruit al het noodige te nemen voor den nacht, toen er aan zijne deur getikt werd.

„Wie is daar ?" vroeg hij haastig.

„Ik, Sir Cecil," antwoordde Norton's stem, en zoodra de deur voor hem ontsloten was, voegde Eleanor's vader er bij: „Er is zoo juist een renbode aangekomen met dezen brief, zeggende dat de zaak geen oogenblik uitstel duldde."

Zijn gast nam den brief aan, en den omslag openscheurend, las hij hem bij het licht der lamp, welke Philias in de hand droeg.

„Aanstonds mijn paard gezadeld," klonk het gebiedend : „Ik mag geen oogenblik talmen."

„Maar, Sir Cecil, gij moet doodelijk vermoeid zijn 1"

„Voor mij telt geen afmatting mede. Haast u, zeg ik u, het is mijn lot te arbeiden en voort te gaan als anderen rusten. Ga thans, in een oogenblik ben ik beneden en rijd ik weg."

Sluiten