Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een uur later, terwijl men eene avondwandeling door de bosschen maken zou, naderde hij haar opnieuw en zeide met een onbeschaamden glimlach :

„lot mijn vreugde kan ik u aankondigen, dat uw man ons niet vergezelt. Een paar oude vrienden van onzen gastheer hebben hem in beslag genomen, om binnenshuis hunne staatkundige beschouwingen aan te hooren."

„Herman is altijd even vriendelijk voor bejaarde lieden," antwoordde Eleanor hooghartio- •

o <->

„dat verwondert mij dus niet; maar waarom zegt gij het mij ?"

„Omdat ik hoopte dat zijne afwezigheid u minder wreed tegenover mij zou maken."

„Ik wreed tegenover u ?" herhaalde zij ijskoud : „Als gij doelt op mijne koelheid, dan behoeft gij de gebeurtenissen slechts na te tjaan, om

O i

te erkennen dat het veeleer wonder is dat de vrouw van Herman Moorbreggen u nog te woord staat."

„Gij doelt daarmede toch niet op dat ongelukkige voorval met Djaguna ?" vroeg hij onverstoorbaar : „Ik kan het bijna niet gelooven ; het zou waarlijk al te kinderachtig wezen."

„Meent gij een moord zulk eene geringe zaak ?"

\\ illem scheen den onder deze woorden verborgen zweepslag niet eens te gevoelen, zoo

Sluiten