Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE HOOFDSTUK.

„Wanneer verwacht gij Eleanor terug Jongen?" vroeg Lodewijk Moorbreggen, een tiental dagen later, aan zijn zoon.

Herman, wiens gelaat dien morgen eene bekommerde uitdrukking droeg, ontweek zijn blik, terwijl hij haastig antwoordde :

, De juiste dag is nog niet bepaald; maar het zal in elk geval spoedig wezen, heel spoedig zelfs."

,,Des te beter. Ik zou haar, in uwe plaats, zooveel mogelijk uit dat midden verwijderd houden. Gij weet hoe ik over Philias Norton denk en de omgang met dergelijke lieden zou zelfs een engel kwaad doen. Er schuilt te veel van den Duivel in hem. Toen Eleanor aan zijn ziekbed geroepen werd, hoopte ik een oogwenk dat zij ditmaal voorgoed van zulk een vader verlost zou raken ; maar het schijnt dat hij er zich weer boven op krabbelt; onkruid vergaat niet."

„Hij is in het geheel niet ziek geweest,"

Sluiten