Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Philip's gelaat werd zoo bewolkt, als zij het slechts éénmaal gezien had : bij het sterfbed hunner moeder.

„Dan zal het te laat zijn," mompelde hij, ,,maar ik heb u gewaarschuwd, dat zult gij altijd moeten erkennen."

„Gij mannen zijt waarlijk onredelijke wezens !" riep zij driftig uit : „Van eene nietigheid maakt gij eene zaak op leven of dood ; het is al te dwaas, en als gij mij niets verstandigers hebt te zeggen, doet gij maar beter weêr naar de anderen te gaan."

„Ik was juist van plan dat te doen," antwoordde hij gekrenkt : „Wat de zaak zelve betreft, zal ik altijd van oordeel blijven, dat het de moeite niet waard was uwe gansche toekomst aan banden te leggen door het sluiten van zulk een huwelijk, als het toch slechts was om uw man na enkele maanden reeds te verlaten."

En driftig de deur achter zich dichtslaand, liet hij zijne zuster met hare gedachten alleen.

„Is Eleanor nog niet terug ?" vroeg Lodewijk Moorbreggen, dienzelfden morgen, aan zijn zoon, dien hij op het veld ontmoette.

„Neen, vader."

„En zult gij haar nog lang daarginds laten ?"

„Zij moet vrij zijn, vader. Er hangt meer dan eene kooi aan den muur van mijn huis, en dagelijks voorzie ik ze zelf van drinken en.

Sluiten