Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij werd doodsbleek — juist zooals zij hem in hare verbeelding aanschouwd had — en wendde het hoofd pijlsnel van haar af. Zij had verwacht dat hij het voorgevallene aan zijn metgezel medegedeeld zou hebben ; doch zwijgend reed hij voort, slechts werktuigelijk den hals van zijn paard liefkoozende — het paard dat eenmaal haar eigendom geweest was.

Zij behoefde zich thans, ook zelfs tegenover ween konintr, over hem te schamen. Hoeveel

O o'

schooner was hij thans nog niet dan in de dagen van voorheen. Hij had zich niet langer om harentwille in de dwaze modedracht der wereld gestoken ; een breede sombrero overdekte zijn

o " J

golvende lokken ; het losse buis viel in prachtige lijnen om de breede schouders neer, en om die schouders hing een geweer dat, gevoegd bij de dubbele rij patronen over zijne borst bevestigd, genoegzaam zeide waartoe hij zich op weg bevond.

En zijzelve ?

Haar gelaat werd purperrood van schaamte, bij het denkbeeld dat hij niet anders kon dan raden dat zij zich met haar vader uit de Transvaal verwijderde om leven en goed in veiligheid te stellen.

Hij ten strijde, zij op de vlucht. Zij wrong de handen in elkaar van toorn bij de gedachte dat zij ten tweede male de minste rol van

Sluiten