Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogenblik kau doen gehoorzamen en zoowel aan elk in het bijzonder, als aan de geheele kerk zijnen vrede geven kan. Wekken wij alleenlijk ons geloof en bidden wij !

XXVII. Wat in die twee bezetenen omgaat, is een beeld van de woede des boozen, die in de ziel des zondaars vaart, van de ellende des zondaars, die door hem bezeten wordt, en in 't algemeen van de jammeren, die de zonde in de wereld te weeg brengt. — Een bevlekt geweten is een waar graf, waarin een bezetene woont, en waarin duisternis en verrotting heerschen. Wel hem, wien de nadering van Jezus uit dat graf doet uitgaan om tot hem te komen !

XXVIII. De eerste gemoedsbewegingen, die de bekeering in ons te weeg brengt, strekken den zoudaar tot kwelling en brengen hem in verwarring. Men verzet zich tegen het licht; men zegt, dat het nog voor ons de tijd niet is; men komt in oproer tegen de waarheden des geloofs en tegen hen, die ze ons voor de oogen plaatsen, en ons Jezus als Heiland doen kennen. — De Geest Gods heeft met den geest der wereld niets gemeen: er moet gekozen worden: men moet den eenen of den anderen verloochenen.

XXIX. Ziehier een ander beeld van zondaars, die voornamelijk de slaven der onreinheid zijn, of door langdurige gewoonte, of door gedurige wederinstorting. Zij zijn nog verder, dan andere zondaars van de zaligheid verwijderd; zij zijn talrijker dan zij en meer dan zij overgegeven aan allerlei wellustigheden, ook die van streeling der tonge. O Heer! doe Gij hun de schandelijkheid van hunnen toestand kennen; doe hen gevoelen, wat het zegt uw beeld veranderd te hebben in dat van een onrein dier, vau een zwijn!

XXX. De zondaar gelooft, dat men hem onrecht doet, als men hem beletten wil zijnen naaste te benadeelen. Hij wil niet ophouden niet zondigen. Hij volgt den duivel na en doet wat hij kan om zich schadeloos te stellen, door voor de zonde, die hij verlaat, een andere zonde in de plaats te stellen. — Vermits de booze niets

Sluiten