Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXIV. Onze naasten zijn dikwijs de grootste vijanden van onze zaligheid. — Hoe meer men aan de dingen der wereld liecht, des te meer zijn zij in staat ons voor onze zaligheid te benadeelen. De vader is de vijand van zijn zoon, als hij door een slechte opvoeding, door een buitensporige liefde, door een moorddadige toegefelijkheid hem verkeerde hebbelijkheden laat aannemen, hem zijn plichten niet duchtig voorhoudt, of zijn hoofd met eerzuchtige plannen vervult. De zoon is de vijand van den vader, als hij voor hem de aanleiding wordt om onrechtvaardigheden te doen en zich aan den dienst en de begeerlijkheden der wereld over te geven, ten einde voor den jongeling schatten te verzamelen en hem fortuin in de wereld te doen maken. De moeder is de vijandin van hare dochter, als zij haar les geeft in de kunst om aan de wereld te behagen, als zij haar opvoedt in weelde en ijdelheid, als zij toelaat, dat zij zich in hare kleeding op een schandelijke wijze ontbloot, en dat zij haar gevaarlijke en ongeoorloofde uitspanningen niet alleen vergunt, maar haar die zelfs poogt te verschaffen. De dochter is de vijandin van de moeder, als zij haar afgod is, als zij haar verlokt om hare verkeerde neigingen in te willigen en haar de bijwoning toe te staan van schouwbnrgvertooningen en andere zoodanige uitspanningen meer, die natuurlijk een klip voor de reinheid des harten zijn. De meester is de vijand van zijn dienstknecht en de dienstknecht die van zijn meester, als de eerste niet zorgt voor het zielenheil van zijn dienaar en de laatste de verkeerde driften van zijn meester ten dienste staat.

XXXV. Wie Jezus niet boven alles liefheeft, is niet waardig hem tot Meester te hebben. — Het is onze levenswijze en het zijn onze werken, die aan het licht brengen, welke van die genegenheden in ons hart de overhand heeft. — Hij, dien men meest bemint, is degene, aan wien men het meest zoekt te behagen, en wiens wil en belangen men bij voorkeur poogt te dienen. Laat ons aan dezen toetssteen ons zeiven beproeven. — Hij, die Jezus niet waardig is, dat wil zeggen, die niet waardig is om Christen en lidmaat van Jezus Christus te zijn, is alleen der helle waardig.

Sluiten