Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgen op het voorrecht om haar te verstaan door een grootere inspanning, terwijl wij er tevens door genoopt worden de toevlucht te nemen tot den Geest Gods, die ons de dingen Gods leert verstaan. Het is een dubbele winst, wanneer men de waarheden Gods leert verstaan, zoowel door een vrije gave Gods, als door een genadeloon, dat God ons op onze heilige begeerte, onzen godsdieustigen ijver en onze gebeden schenkt. — Onze harten zijn de akker Gods; hij moet hem bezaaien. Het is een groot ongeluk voor ons, als wij ons aan dat goddelijk zaad onttrekken, door verwaarloozing van den plicht om Gods woord te lezen en te hooren.

IV. Wachten wij ons er voor, dat ons hart zelf die openbare weg worde, die voor de geheele wereld open ligt, door de voorbijgangers betreden wordt, bedekt met stof der ijdelheid, bemorst door het slijk der zinnelijke vermaken, verhard door de hebbelijkheid der zonde en blootgesteld aan de verzoeking der duivelen. De verstrooiing, de vermaken en de wereldsche bemoeiingen zijn de vogelen, die het goede zaad wegpikken en opeten, door ons hart met allerlei ijdele, aardsche en schadelijke dingen te vervullen.

V. Wat baat het ons, niet op den openbaren weg te zijn, als men een verhard hart, een hart van steen heeft voor de dingen Gods? — Als een goed woord, een goede gedachte, een goede begeerte niet diep in de ziel ingaan, en aan de liefde als haar wortel verbonden zyn, zal de hitte van een tegenovergestelde zondige drift hen al spoedig doen verdrogen.

VI. De wereld is, evenals de hel, vervuld van vrome voornemens. Het gaat gemakkelijk allerlei plannen van bekeering, allerlei voornemens van uitgang uit de wereld te vormen, maar de doornen van de begeerlijkheden der wereld doen dit alles mislukken. — Als men niet yverig in de weer is om die doornen uit te rukken, wassen zij en verstikken in ons alles, wat er van het zaad Gods in ons is.

VII. De goede aarde is het goede hart; en geen hart is

Sluiten