Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om in uwe wegen te wandelen; dat gij hunne oogen opent om uwe waarheid te kennen. Volbreng die wonderen uwer genade in mij! Doe het bij allen, die nog in de zonde en in de duisternis leven!

XXVII. Er zijn maar weinig menschen, die zoo getrouw zijn in het zoeken en volgen van Jezus, dr.t zij er de benoodigdheden des aardschen levens om vergeten. Dat is eene eigenschap van zijn ware discipelen. Hij denkt echter zelf aan die benoodigdheden voor hen, terwijl zij vóór alle dingen het koninkrijk der hemelen en zijne gerechtigheid zoeken. — Verheffen wij ons van dit aardsche brood tot Jezus, tot zijne genade, tot zijn woord, tot zijn lichaam, dat het ware brood der geloovigen is, en zonder hetwelk

wij ons krachteloos zouden bevinden op den weg ten hemel. Hij

denkt er niet aan hen te voeden, dan nadat hij ben genezen heeft, en zij laten zich daarin door hem leiden, zonder iets anders te vragen, dan genezing en onderwijzing. — Het gedrag van Jezus en van het volk bij die gelegenheid zijn het toonbeeld eens wijzen zielenherders en eener ziel, die de rechte stemming bezit om diens leiding te volgen. In den eenen wordt teederheid vereischt, hartelijk medegevoel en een zorgvuldig acht geven op de bestaande zielsbehoeften; bij de andere vertrouwen, leerzaamheid, geduld, volharding.

XXVIII. Het gezicht en de voorzorg des menschen is vaak eng kortzichtig, zelfs bij de uitverkorenen; bet geloof' moet er in ter hulpe komen. Het is Gods wijsheid eigen, de grootheid der behoefte en de noodzakelijkheid van buitengewone hulp te doen kennen, eer hij die hulp verleent. — De wereld is eene woestijn, waarin niets in staat is het hart te verzadigen, dan Jezus Christus alleen. Neen, Heer! wij zullen niet vreezen er van honger om te komen, zoolang ons geloof er u zal weten te zoeken, u er vinden, u te bezitten en zich met u te voeden!

XXIX. Jezus ondervraagt zijne discipelen, niet om door het

11

Sluiten