Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIV. Hoeveel schulden hebben wij bij God uitstaan, als wij bedenken, dat wij al onzen tijd, al onze gedachten, al onze begeerten, al onze woordeii en daden hem schuldig zijn? Men kan op aarde tien duizend talenten vinden, maar waar de middelen te vinden, om de gerechtigheid Gods te voldoen voor een enkele zonde, indien hij ons het betaalmiddel niet geeft? Vinden wij allen onszelven in het beeld van dien armen schuldenaar terug : het is toch nog slechts een schaduw van onze ellende, van onze armoede en van ons onvermogen om de gerechtigheid Gods zonder de tusschenkomst des Heilands te voldoen.

XXV. Er is geen zondaar, die tegenover Gods gerechtigheid niet onvermogend is om te betalen, wanneer zijne schuld zonder barmhartigheid ingevorderd wordt. — God kan den zondaar niet verkoopen. en de rechten die hij op hem heeft niet vervreemden ; maar de zondaar verkoopt zichzelven aan de zonde en aan den satan, en dat voor de bevrediging van den voorbijgaande» trek van een enkel oogenblik. Dat is de ergste ellende, als God den zondaar aan zijne goddelijke gerechtigheid overlaat, waarvan het gevolg is, dat bij hem overgeeft aan dengene, die hem gekocht heeft, en waartoe? om zijn eigenaar te zijn? neen, zijn beul! Een verworpen zondaar, die geen deel aan Jezus meer heeft, bezit niets om zijn schulden te betalen, en het is daarom dat zijn straf nooit eindigen zal.

XXA I. Welk ander redmiddel bestaat er voor den zondaar, die zijn armoede inziet, dan deze vierderlei zielsgesteldheid?

1. Een oprechte verootmoediging des harten.

2. Een vurig gebed.

3. Een hoopvol toevluchtnemen tot de verdraagzaamheid Gods.

4. Een ware begeerte en een vaste wil, om zich Gode aangenaam te maken door zich met al zijn macht toe te leggen op een waarachtige bekeering.

o o

Het is geen aanmatiging te beloven, dat men alles betalen zal, schoon men niets bezit, als men daarbij niet op zichzelven rekent, maar op de barmhartigheid Gods en op de verdiensten van Jezus. —

Sluiten