Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII. En hij zeide tot hen: Mijnen drinkbeker zult pij wel drinken en met den doop, waarmede ik gedoopt word, zult gij gedoopt worden ; maar het zitten tot mijne rechter- en tot mijne linkerhand staat bij mij met te geven, maar het zal gegeven worden wien het bereid is van mijnen Vader.

XVIII. En als de andere tien dat hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders.

XIX. En als hen Jezus tot zich geroepen had, zeide hij: Gij weet dat d,e oversten der volkeren heerschappij voeren over hen, en de groot en gebruiken macht over hen.

Sluiten