Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldiging, die z\j tegen hen opmakeu, en die voor hen even zoo vele gelegenheden zijn om den Heer en de zijnen te verzoeken :

1. De herodianen of' de staatszuchtigen en hovelingen ontleenen hunne beschuldiging aan de rechten van den vorst omtrent de

aangelegenheden van den staat (Vs. 16).

2. De sadduceën of de ketters en ongeloovigeu gronden hun bezwaar op de grondslagen van den godsdienst en op het geloof.

3. De farizeën of de valsche leeraars en schijnvromen bouwen hun aanklacht op de zedewet, en voornamelijk te dezer plaatse op het gebod der liefde Gods.

XXVII. Wanneer God van ganscher harte lief te hebben hetzelfde beteekent als hem te zoeken, zich aan hem te hechten, zich geheel en al op hem te verlaten, en dat om zijns zelfs wil, en niets te zoeken, zich aan niets te hechten, geen vermaak in iets te vinden dan voor zooveel het met zijn wil overeenkomt, aan zijne verheerlijking dienstbaar kan worden gemaakt, voordeelig is voor onze zaligheid en die onzer naasten, zoowel als voor het welzijn der kerk, — dan kunnen wij er zeker van zijn, dat het getal van hen, die God van harte liefhebben, veel geringer is dan men denkt. — Geen overdenkingen of voornemens in den geest, begeerten of gemoedsbewegingen in den wil, geen daden of verrichtingen in het leven zijn er, die niet de liefde Gods moeten hebben tot beginsel, zijne wet tot richtsnoer en zijne heerlijkheid tot einddoel. Wat zullen dan in het oordeel Gods diegenen worden, die daar zullen worden overtuigd van in hunne daden en in hun voornemens niets anders tot beginsel te hebben gehad dan hunne driften, niets tot richtsnoer dan hun eigen wil, niets tot doel en einde dan hun eigenbelang ?

XXVIII. De grootste zonden derhalve zijn dezulke, die tegen de liefde Gods worden begaan, daar dit het eerste en het grootste gebod is. Het is het eerste en grootste gebod,

1. in oudheid, daar het zoo oud is als de wereld en op den bodem van ons wezen en van onze ziel geschreven staat.

Sluiten