Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hardheid of een veeleischeude domheid deu zwakke oplegt tegen de wet des Evangelies, of althans tegeu haren geest. — De boetedoening schijnt niet onmogelijk, dan voor de onboetvnardigen, en de heiiige gestrengheid des Evangelies is niet ondragelijk, dan voor vleeschelijke eu zinnelijke harten. Het juk des Evangelies is zacht en zijn last licht, omdat God ze ons doet dragen, door ons liefde tot de afsterving des vleesches iu te boezemen en ons met deu geest der boetedoening te bezieleu. — De prediker inaakt het juk der boete zwaarder en den plicht om het te dragen minder aannemelijk, als hij haar aan anderen predikt, zonder haar zeli te beoefenen. Niets bewijst beter, dat het dragen van dat juk niet onmogelijk is, dan het te zien torsen door hen, die het prijzen. — Met zachtmoedigheid, bescheidenheid, een goed voorbeeld en gebed (welke alle zielenleiders volstrekt onmisbaar zijn) kan de prediker alles van de zondaars hopen: waar alles zich alleen tot woorden bepaalt, valt er weinig vrucht te verwachten.

IV. 3. Het derde gebrek iu een zielenherder is, dat hij den schijn aanneemt vau eeu waaV en groot betrachter der wet te ziju, zooals de Farizeën deden, die breede gedenkcedels droegen, dat is, strookeu vau perkament, waarop de woorden der wet geschreven waren, of groote kleederzooinen, die een teekeu van onderscheiding tegenover de heidenen waren, of als een blijk van grootere vroomheid werden geacht. — Er is een midden tusscheu de augstvallige en kwalijk begrepen nederigheid van eeu zielenherder, die alles verbergen wil, eu tusscheu de ij delheid, die alles uitstalt; meu inoet er naar trachten, dat midden te vindeu. -— Een zielenherder is ziju kudde een voorbeeld schuldig, maar het voorbeeld vau de nederigheid, zoowel als vau al het overige. — Het is in het hart, dat de liefde voor de wet ingegrift moet zijn, om een waar betrachter der wet iu Gods oog te wezen. — Het is door middel van der herderen toeleg, om de wet Gods zonder vertoon te betrachten, en door werken, waarvan God alleen het einddoel is, dat de volkeren gesticht moeten worden. — Wie niet arbeidt dan om door de rnenschen geëerd te worden, heeft van God niets te wachten, dan de

Sluiten