Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaan. Niemand is verzekerd tot dit getal te behooren, maar men moet er op vertrouwen, en dat vertrouwen voeden en ondersteunen door een heilig leven eu door goede werken.

XXII. Elke leer, die verborgene, verkeerde en aan de apostelen onbekende leerstellingen leert, is valsch en verderfelijk. Wees niet nieuwsgierig naar die nieuwe vonden. Het is niet het koren, maar het stroo, dat zicli in den regel door een wind van nieuwe leering laat wegvoei-en. — Er zijn maar al te veel Christenen, die hier en daar hulpmiddelen voor hunne geestelijke ellenden zoeken, welke God hun niet beloofd heeft, en die verzuimen tot Jezus als den eenigen Bevrijder van hunne ellenden te gaan, tot hem, dien al de Heilige Schriften ons als met den vinger aanwijzen. — Blind en beklagenswaardig is hij, die hoopt iets beters te vinden, wanneer hij Jezus verlaat. Hij is het, tot wien men zijne toevlucht nemen moet; hij is het, dien God ons gegeven heeft; al wat ons van hem afleidt, is ons schadelijk.

XXIII. Het geloof, overal eu in zoo weinig tijds, zonder eenige menschelijke hulp, te midden van zooveel tegenwerking eu ondanks alle machten der aarde over de gansche aarde verspreid, is als een bliksem, die van het westen naar het oosten gaat, en een wonder des hemels, dat het ongeloof der wereldwijzen beschaamd maakt. De laatste komst des Heeren zal nog verrassender zijn.

XXIV. l)e ware Christenen zijn geestel^ke arendeu, die door het geloof boven alles verheven worden, en die met allen ijver Jezus tegenijlen. Overal, waar zich het mystieke lichaam van Christus, hetwelk is de kerk, bevindt, daar snellen de uitverkorenen heen als een arend naar zijn prooi. — Zoodra Jezus bij zijn tweede komst met de likteekenen van zijne wonden en de banier des kruises verschijnen zal, die de gedachtenis aan zijn dood zullen verlevendigen, zullen alle menschen, die door de opstanding als arenden zullen zijn, zich in de hoogte verheffen, om hem te gemoet te gaan en zich rondom dat d o o d e lichaam, dat wil.

Sluiten