Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogenblik voor sommigen een einde kan nemen, en dat men door het oogenblik niet te gebruiken sointjjds de eeuwigheid verloren laat gaan.

XXXVII. Het geluk bestaat niet in het arbeiden, maar in het arbeiden naar het gebod en den wille Gods. — Men moet dus altijd arbeiden in de heilige bediening, vermits de meester ons aan den arbeid vinden moet als hij komt, en hij ieder oogenblik komen kau. — De nauwgezetheid, waarmede men de aard.sche vorsten naar hun wil te dienen poogt, is onbegrijpelijk groot; en dat doet men voor eene dienstbetrekking, die dikwijls slechts een middelmatig bestaan geeft, die niets zekers heeft dan de onzekerheid van haar duur, en die misschien morgen met, het leven eindigen zal. A'erdient nu God minstens niet evenveel? Een dienaar is gelukkig, als zijne diensten zijn meester behagen. O welk een geluk wacht ons dau, als wij aan den beste en den machtigste van alle meesters genoegen geven!

• XXXVIII. Hij, die niet tevreden is met de belooniug, die God hem belooft, begrijpt niet wat het beteekent, door God in het bezit van al zijne goederen gesteld te worden. — Zijne goederen — dat is hij zelf, en niets minder dan God zelf is ons beloofd, als wij getrouw zijn. — De dienaars des Heeren hebben een loon te wachten, dat evenzeer geëvenredigd is aan huu arbeid, als het overeenkomt met huu karakter, en zij zullen er deel hebben aan de heerschappij van God over de zielen. — Laat ons dus niet weigeren ouszelven Gode te geven, die, hoe groot en algeuoegzaam hij ook zijn moge, belooft zich wederkeerig te geven aau ons.

XXXIX. Ziehier drie kenmerken van een slecht zielenherder:

1. Het eerste kenmerk is, dat hij nauwelijks aau de oordeelen Gods en de wederkomst van Jezus gelooft. Gelooft men, dat er een ander leven is, als men zichzelven opwerpt als zielenherder, en daarbij niet beeft voor de gedachte aan de verantwoordelijkheids die men daardoor op zich laadt?

Sluiten