Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLV. Maar Jezus zeiile tot hem: Vriend, waartoe zijt gij hier? Toen kwamen zij toe en sloegen de handen aan Jezus, en grepen hem.

XLVI. En ziet, een van degenen, die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hoogepriesters, hieuw zijn oor af.

XLVII. Toen zeide Jezus tot hem : Steek uw zwaard weder in zijne plaats-, want allen, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard vergaan.

XL\ III. Of meent gij dat ik mijnen Vader nu niet kan bidden,

Sluiten