Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LXIII. Menigeen denkt, dat hij voor God den dood lijden kan, die zelfs aan de stem van een dienstmaagd geen weerstand bieden zal. — Wij hebben geen verzoeker van buiten noodig, om ons voor een val bevreesd te doen zijn; ieder heeft in zijn eigen binnenste zijn eigen begeerlijkheid, die hem verzoekt om hem Jezus en zijne geboden te doen verloochenen. Men moet die begeerlijkheid altijd ten ouder houden als een dienstmaagd, om te beletten dat zij geen meesteresse worde. Welk een verduistering in het verstand zal zij niet bewerken ! welk een vergetelheid van genadegaven, van plichten, van beloften in het geheugen! welk een omkeering, welk een ontrouw iu den wil ! — Heer, houd ons bij de hand; want er valt geen rekeuing te maken op iets, dan op uwe almachtige genade alleen.

LXIV. Wanneer men eeus God vergeten heeft, en hij ons aan onszelven overlaat, dan is verzocht en overwonnen te zijn bijna een en dezelfde zaak. — Een verzoeking, waaraan men geen weerstand biedt, mist bijna nooit door een andere gevolgd te worden ; een tweede en nog grooter ontrouw is de straf van de eerste, en dikwijls de kiem van een derde. — Petrus voegt meineed bij ontrouw. Dat het voorbeeld van een apostel en van den eersten der apostelen ons doe beven!

LXV. Treurige voortgang van ontrouw en verblinding in een apostel in zoo weinig tijds, eD dat uit vrees voor enkele knechten, en tegenover een Meester, dien hij beleden had waarachtig God te zijn. Hij had zoo verre als Judas kunnen gaan, indien God hem nog langer aan hemzelven had overgelaten.

LXVI. Er is weinig noodig om ons te doen vallen, als God ons niet staande houdt; maar ook weinig noodig om ons op te richten, als God in zijne genade er zich van bedienen wil. — De inwendige genade der bekeering is, iu den regel, vastgehecht aan iets uitwendigs. — Petrus leert den anderen door zijn voorbeeld dien ter uitoefening van de bediening der verzoening zoo omnisbaren regel, dat men, om tot waarachtige bekeering te komen, de gelegenheid tot III. 13

Sluiten