Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. Wie bewondert niet die overgroote zorg, om toch de heilige schatkist niet door onheiligheid te ontheiligen, terwijl zij zonder schroom huu geweten bevlekken met de grootste der misdaden en den waren tempel ann onheilige heidenen overleveren! Op die wijze bedriegt de satan dikwijls, met name zielenherders, wien hij een buitensporige en bijgeloovige teederheid des gewetens inboezemt voor dingen, die in den grond onverschillig zijn, terwijl lastering, nijd, onderdrukking van onschuldigen en andere groote zonden hun uiet de minste bedenking baren.

VI. Zie die blinde en onbarmhartige priesters, ijverig bezig om het geld van Judas toch goed te plaatsen, maar er zich geeu oogenblik om bekommerende, wat er van zijn ziel worden zal! Gave

God, dat niet vele zondaars in zulk een verblinding verkeerden!

Jezus eert zelf' zijn dood en begrafenis, door den prijs zijns doods te doen strekken ten bate der begrafenis van buitenlandsche Joden. — Zijn bereidvaardigheid om zijne vijanden wel te doen is onvermoeibaar, en zijne wijsheid er altijd op uit 0111 al de bijzonderheden van hun misdaad ten nntte aan te wenden. — Hij bewijst die weldaad aan de buitenlandsche Joden, misschien omdat, daar zij geen getuige geweest zijn van de wonderen en van geheel het leven van Jezus, zij liet wellicht geweest zijn, die in de eerste plaats het: Kruist hem! geroepen hebben.

VII. De Heilige Schrift, die alles voorspeld heeft, maakt al de Joden onverschoonlijk. — De goddeloozeu mogen zich vrij willen verbergen, God bedient zich van henzei ven, om hunne goddeloosheid openbaar te maken. Terwijl Judas dit geld terugbrengt en de piiesters het voor aankoop van een begraafplaats besteden, richten zij zeiven een onvergankelijk gedenkteeken op, de een van zijn verraad, de anderen van hun boosheid.

Jezus eeibiedi0t in zijn antwoord het gezag Gods, welks schaduw en beeld hij zelfs in een slechten rechter wil eereu. — Men is niet vrij van de verplichting om der waarheid getuigenis te ge-

Sluiten