Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Magdalena en van hare metgezellinnen om bij Jezus' kruis en graf te blijven. Wat waren die heilige eerstelingen dierbaar voor die zielen, doordrongen met zulk een levendig gevoel van Jezus' liefde! Blijven wij met haar bij het graf van Jezus! Volgen wij hare getrouwheid na, indien wij deel willen hebben aan de genade, haar geschied.

VII. De buitengewone genadegaven moeien ons tegelijkertijd vrees en vreugde inboezemen. De hemelsche bezoeken, de openbaringen, de verschijningen moeten niet lichtzinnig worden ontvangen. Men moet altijd beginnen met te vreezen en te twijfelen. Wanneer al die buitengewone gaven ons in waarheid geschonken worden, dan geeft God zijnen heiligen een heimelijk vertrouwen op hunne waarachtigheid; maar dit belet niet, dat zij blijven vreezen voor hun eigen ouwaardigheid en voor het gevaar om zich ijdelijk te verheffen, en daarom maken zij de genadegaven ter toetsing bekend aan de zielenherders, naar wie God hen verwijst.

VIII. Jezus geeft zijn genadegaven en zijn vertroostingen trapsgewijze : eerst door zijn engelen, daarna door hemzelven. Hij openbaart zich niet aan ongeloovige en ongehoorzame zielen; hij verschijnt niet aan de vrouwen, dan nadat hij haar geloof eu hare gehoorzaamheid aan zijn hemelsche dieuaars op de proef gesteld liee{'t. — Het liefde- en troostvol onthaal van Jezus in zijn nieuw opstandingsleven is het waardig loon van die grootmoedige zielen, die noch verschrikt werden door de woede der Joden, noch teruggehouden door de vreeselijkheid van het schouwspel der kruisiging, noch ontmoedigd door den dood en de begrafenis van Jezus. — Hij, die zoo gelukkig is Jezus te hervinden, nadat hij hem verloren heeft, moet tegelijk omhelzen wat er laagst is in zijn menschelijklieid, en tevens wat in hem het grootst is, namelijk de godheid en menschheid, die in hem vereenigd zijn.

IX. Het ongeloof der discipelen belet Jezus niet hen te gaan opzoeken, hen te troosten, zich door hen te laten zien. —De liefde

Sluiten