Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De evenredigheden (a\, (b) en (c) hebben twee aan twee een reden gemeen; zfl geven dus aanleiding tot de aaneengeschakelde evenredigheid: x : 8 = y : 5 = e : 8 = u : 9.

Past men hierop de eigenschap van § 114 toe, dan verkrijgt men:

, x : 3

' y : 5

(x-\-y + * + «) : (8 + 5 + 8 + 91 = j g . g

u : 9

of, daar de som der deelen, x -(- y + s + w, gelflk is aan 4375:

x : 3 \ y : 5

4375 : (3 -j— 5 —(— 8 —9) — i z . g

' u : 9

Keert men in deze evenredigheid de redens om i§ 111), dan is:

3 : x, dus x = 525 \ 5 : y, „ y = 875 (8 + 5 + 8 + 9) : 4375 _ ^ g ; ^ ^ £ — 1400

9 : M, „ u — 1575 Hieruit leidt men den volgenden regel af:

De som der verhoudingsgetallen staat tot het te verdeelen getal, als een der verhoudingsgetallen tot het overeenkomstige deel.

Tweede oplossing. Wil men de evenredigheden vermijden, dan

kan men als volgt redeneeren:

Het eerste deel bevat eenige malen 3 eenheden; de andere deelen bevatten ieder in 't bijzonder evenveel malen 5, 8 en 9 eenheden. De som der deelen of het te verdeelen getal bevat dus evenveel malen 3 + 5 + 8+9 eenheden. De gevraagde deelen zjjn derhalve:

Eerste deel: gqry+T+9 X 3 = 525

4375 w Tweede , 8+ 5+ 8+9 X 5 - 875

n d —, 4375—: —- X8= 1400

uerae „ 3_j_5_j_g_j_9^-

4375 ^0-1*7*

Vierde , g^^g^g X 9 - 1575.

159) Drie kooplieden zenden een partij madapollams naar Batavia, om daar voor hun rekening verkocht te worden. Als A deel neemt voor^ 50, B voor 150 en O voor 200 kisten, en de partij bij verkoop f 17588 opbrengt, hoeveel komt dan ieder hiervan toe.

De hoeveelheden koopwaar zijn de verhoudingsgetallen bij de verdeeling

Sluiten