Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wissels gestuit; in het laatste geval vindt de daling van den koers haar tegenwicht in vermeerderde vraag naar wissels. ')

De beide wisselkoersen, waarbij öf de invoer öf de uitvoer van goud begint, dragen den naam van goudpunten (Engelsch: gold-points, bullionpoints, specie-points). Daar zy afhangen van de onkosten van metaalvervoer en vermunting en deze onder verschillende omstandigheden hooger of lager zijn, kunnen de goudpunten in 't algemeen nooit volkomen nauwkeurig aangegeven worden.

§ 317. Is in- en uitvoer van metaal niet mogelijk, dan kan het verschil tusschen den wisselkoers en het wisselpari zeer aanzienlek zijn. Zoo was bgv. vóór 1875 ten onzent alleen de zilveren standaard in gebruik. Tengevolge van de daling van den zilverprijs, werd de aanmunting voor particulieren verboden. Het gevolg daarvan was, dat invoer van zilver practisch onmogelijk werd. Invoer van goud was eveneens onmogelijk, omdat de gouden standaard nog niet bestond. Onder deze omstandigheden daalde dan ook de wisselkoers zoo belangrijk, dat de uitvoer van alle handelsartikelen ten zeerste belemmerd werd, waardoor de productie aanzienlijke verliezen leed.

Bij den hinkenden standaard, die tegenwoordig in ons land bestaat, is de uitvoer van metaal vrij beperkt. Zilvergeld zal nl. niet uitgevoerd worden, omdat de prijs te laag is. Goud kan alleen worden uitgevoerd, zoolang de Nederlandsche Bank een voldoenden voorraad van dit metaal bezit en daarom geneigd is, in de vraag te voorzien. Zoodra zij echter door gebrek aan goud gedwongen wordt den verkoop te staken, zal de wisselkoers ver boven pari kunnen rijzen, zonder dat het mogelijk is, daaraan een grens te stellen, anders dan door uitvoer van zilver te bevorderen. Bij de wet van 27 April 1884 is dan ook bepaald, dat de regeering bevoegd is, om zilvergeld, tot een maximum van f 25 millioen, te doen versmelten en de aldus verkregen baren tot den marktprijs te verkoopen, ten einde onmatige rijzing der wisselkoersen tegen te gaan en zoodoende te voorkomen, dat de invoerhandel al te zeer bemoeilijkt wordt. Zie verder voorb. No. 319.

§ 318. Bij de berekening van het wisselpari kan men, evenals bij die van het muntpari, öf de wettelijke bepalingen op de aanmunting, of de uit-

') Het is van belang op te merken, dat liooge wisselkoersen niet alleen den uitvoer van goud, maar in 't algemeen den uitvoer van goederen en effecten bevorderen, terwijl zij den algemeenen invoer belemmeren Omgekeerd prikkelen lage wisselkoersen tot invoer van allerlei artikelen, terwijl zij den algemeenen uitvoer in den weg staan. Dit alles werkt wederkeerig nivelleerend op de koersen. Het geheele onderwerp behoort echter meer tot het gebied der staathuishoudkunde dan tot dat van het handelsrekenen en kon daarom hier alleen terloops behandeld worden.

Sluiten