Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van 't honderd van dit bedrag. In dit geval zou dus de derde vergelijking van den eersten kettingregel vervangen worden door:

£ 100 contant = £ 100^ 2,/m.

Zoo is het in elk bijzonder geval gemakkelijk te bepalen, of bjj de koersherleiding de berekening van, onder of boven 't honderd moet plaats hebben.

De practijk laat zich, zoolang het icisselbedrag buiten beschouwing blijft, met deze ,finesses" niet in, omdat ze geen invloed hebben op de uitkomst van het onderzoek. Zij maakt gemakshalve en zonder merkbare fout gebruik van de laatstgenoemde vergelijking.

In den tweeden kettingregel is ondersteld, dat Amsterdam 3/m wissels op Weenen remitteert of doet remitteeren.

2. Vreemd papier en de tusschenkomst eener vreemde plaats.

S 399. In het voorgaande voorbeeld ging men van de onderstelling uit, dat Amsterdam een schuld of een inschuld te Parijs had. Intusschen kunnen de gegeven koersen ook dienen, om te onderzoeken of een geheel zelfstandige wisseloperatie met voordeel uitgevoerd kan worden. Onderstelt men n.1., dat Amsterdam, zonder in eenige financieele betrekking tot Parijs te staan, een wissel op Londen koopt a 12 per 2/m en dezen wissel naar Parijs remitteert, om hem daar te laten verkoopen a 25,15 per k/z met 3 °/0 disconto, dan verkrijgt hij zoodoende een vordering op Parijs, waarvan elke fr 100 hem, blijkens den eersten kettingregel, f 47,95 kost. Geeft hij vervolgens last aan Parijs, om een wissel op Weenen te koopen a 104§ per k/z met 4 °/0 disconto, en verkoopt hij dezen aan eigen beurs a 49,75 per 3/m, dan ontvangt hij voor elke fr 100, die hij te Parijs te goed heeft, blijkens den tweeden kettingregel, een som van ƒ48,03. Voor elke f 47,95, die hjj uitgeeft, ontvangt hij ƒ48,03 terug. Hij maakt dus een winst van ƒ 0,08 op een inkoopsbedrag van ƒ 47,95 of in percenten:

100

47^95 X ƒ0,08 = ƒ0,17 bijna = | °/o-

Dient de arbitrage tot vereffening van schulden of vorderingen, dan zijn de onkosten in den regel van weinig belang. Want de financieele betrekking tusschen beide partijen is dan meestentijds ontstaan door in- of verkoop van goederen, en daar de commissionnair bij de goederentransactie provisie in rekening gebracht heeft, voert hij gewoonlijk de wisseltransactie zonder eenige vergoeding uit. De onkosten bepalen zich derhalve uitsluitend tot porto's en makelaars-courtage.

Bij een zelfstandige wisseloperatie echter brengt de commissionnair zijn lastgever provisie en bovendien de gebruikelijke courtage in rekening. In

Sluiten