Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bljjft de rentevergoeding buiten beschouwing. Het fonds wordt aan beide beurzen in percenten genoteerd (§ 363 en § 3681; te Amsterdam wordt bij de herleiding der vreemde valuta aangenomen 1 fl goud ƒ1,20, te Berljjn 1 fl goud —2 R Mark. Oin nu te bepalen, op hoeveel percent dit effect te Amsterdam te staan komt, als men het aan de Berlijnsche beurs koopt of verkoopt, heeft men:

EERSTE OPLOSSING.

gulden contant x = 100 r/ulden nominaal

. nominaal 1,20 = 1 fl goud ,

fl goud , 1 = 2 RM

RM „ 100 = 102 RM 'koers te Berlijn contant

„ contant 100 = 59 gulden contant x = 100^ •/« bijna.

TWEEDE OPLOSSING.

Te Berlijn is fl 100 goud nominaal = RM 200 nominaal a 102 = RM 204,— contant. Te Amsterdam vindt men voor de contante waarde van deze fl 100 goud nominaal: RM 204,— a 59 = ƒ120,36 en daar fl 100 goud nominaal hier gelijk zijn aan ƒ120 nominaal, heeft men: ƒ120 nominaal — ƒ120,36 contant of ƒ100 nominaal = 100 X ƒ120,36 : 120 =: ƒ100,30 contant, d. i. 100,3 °/0 of bijna lOOffc °/0.

Uit beide oplossingen blijkt, dat het fonds te Berlgn bijna £ °/# duurder is dan te Amsterdam, zoodat het met voordeel op de eerstgenoemde plaats verkocht kan worden. De winst moet intusschen verminderd worden niet de onkosten, n 1. port, beurs- en zegelbelasting en courtage.

Opmerkingen. 1. De bovenstaande oplossingen kunnen geen volkomen nauwkeurige uitkomst geven, omdat geen rekening gehouden is met den dag renteverschil, die tegenwoordig tusschen Berlijn en Amsterdam bestaat. De fout is echter te gering, om invloed uit te oefenen op de handelwijze, door het antwoord voorgeschreven.

2. Sedert 1899 komt al het bovenstaande ook in toepassing te Frankfort en Hamburg.

411) Amsterdam vindt op 1 September de volgende koersen voor Oost enrijksclie zilverrente, 5 n'0 1/4, 1/10: te Berlijn 100,40, aan eigen beurs lOOf. Als de koers voor Berlijn kjz 59 bedraagt, hoe zal Amsterdam dan handelen?

Op beide plaatsen moet de kooper de loopende rente (hier van 1 April afi vergoeden, te Berlijn a 4^ °/0, te Amsterdam a 5 °/0 : § 363 en §368 . Berekent men nu eerst, hoe hoog de koers te Berlijn is, met inbegrip van de rente, en leidt men hieruit den prijs af, waarop het effect te Amsterdam te staan komt, dan vindt men:

Sluiten