Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1763) Als de wisselkoers van Amsterdam op Londen tot f 30,64 stijgen kan, alvorens onze teekenmunt, tot baren versmolten, met voordeel naar Londen uitgevoerd kan worden, wat is dan de zilverprijs op de Londensche markt? Onkosten van metaal vervoer ij °/0.

1764) Hoeveel zal de koers der 5 °/0 Oostenrjjksche loten 1860 op 1 Mei 1909 door het afsnijden van den coupon stijgen, als de couponkoers ƒ50,25 bedraagt?

1765) Amsterdam noteert: Berlijn per k/z 59,15; Londen per 2/m 12,04, disc0. 8^#/0; Parijs per k/z 48,05.

Parijs noteert: Voor papier op Londen: de kortzichtkoersen 25,215 voor kort- en 25,22 voor langzicht papier. Disc0. 3^ °/0. /

Voor papier op Berlijn: de driemaandskoersen 122£ voor 3-maands en 122J voor kort papier. Disc0. 4 °/0.

Voor papier op Amsterdam: de driemaandskoersen 206J- voor 3-maands en 206J- voor kort papier. Disc0. 4 °/0.

Op welke wijze zal Amsterdam, afgezien van extra-onkosten, het voordecligst een 3-maands vordering op Londen en een contante vordering op Berlijn innen?

De verschillende wijzen van vereffening duidelijk aan te geven. ')

1766) Parijs vindt bij een onderzoek, om goud in te voeren, de volgende noteeringen:

Verkoopsprijzen Koopprijzen

der Eng. Bank. der Fransche Bank.

а) Goud in baren 77 s 10£ d . . fr 3437,—

б) Amerikaanscli goudgeld . . 76 „ 7 „ . . „ 3093,30

Ci Russisch „ . . 77 „ 10^ „ . . „ 3148,30 2)

d) Hollandsch , . . 76 „ „ . . , 3091,60

e) Duitsch , . . 76 , 7 , . . , 3091,60

Welke wisselpariteiten (zonder onkosten) vindt Parijs uit deze gegevens? Wat zal hij invoeren bij 1^ °/00 onkosten en een dekkingskoers van 25,10?

1767) Berlijn onderzoekt of hij te Londen goud kan koopen en vindt de volgende prijzen:

Verkoopsprijzen Koopprijzen

der Eng. Bank. der Eijksbank.

a) Goud in baren 77 s 10£ d . . iiM2784,—

b) Eussisch goudgeld .... 77 „ 10^ „ . . „ 2551,54 2)

c) Hollandsch „ .... 76 , „ . . , 2505,32

d) Fransch „ ....76, 7 2504,20

J) Acte-examens middelbaar onderwijs. — Parijs noteerde toen nog 3/in koersen.

2) Uit de prijzen blijkt, dat de noteering betrekking heeft op de oude lialve imperialen. Met de berekening heeft dit echter niets te maken.

Sluiten