Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verder krijgt do kooper vergoed zeeschade over 21578 KG & 9 s per cwt, alsmede 17 s 4 d voor nieuwe zakken, terwjjl hem in rekening gebracht worden £ 2.8.11 voor arbeidsloon, de overeengekomen courtage en commissie, £ 6.5.— voor wissolcourtage en zegel en £ 2.9.8 voor kleine onkosten. Hoe groot is het bedrag der definitieve factuur, en hoe groot de 3/m traite & 12.3 per 3/m, waarmede het saldo der rekening geïnd wordt?

1781» Een maatschappij heeft in haar grootboek op de rekening „Kapitaal in aandeelen op naam" een creditsaldo van ƒ 1000000, op de rekening ,Kapitaal in aandeelen aan toonder" een creditsaldo van ƒ 600000, op de rekening „Aandeelhouders" een debetsaldo van ƒ500000. Verder bevatten haar statuten de bepaling, dat van de gemaakte winst aan de aandeelhouders vooreerst toekomt 5 °/0 van het door hen gestorte kapitaal, en dat de rest verdeeld moet worden als volgt: aandeelen 60 °/0, directeuren 30 °/0, reservefonds 10 °/0. In 1908 wees de winstrekening een zuivere winst aan van ƒ91816,29, waaronder ƒ 1622,50 onverdeeld dividend van 1907. Wat is in geheele percenten het hoogste dividend, dat de maatschappij uitkeeren kan? Welk bedrag blijft voor de aandeelhouders onverdeeld? Wat komt aan de directie en aan het reservefonds toe?

1782) Los het voorgaande vraagstuk (1781) op, na de uitdrukking ,onverdeeld dividend" vervangen te hebben door „onverdeeld winstsaldo".

1783) Een maatschappij geeft ƒ500000 in aandeelen A en ƒ200000 in aandeelen B uit. Van de winst wordt eerst 4£ °/0 over het kapitaal in aandeelen A uitgekeerd; van het overblijvende is 50 °/0 voor de aandeelen B, 10 °/0 voor de directie, 5 °/a voor commissarissen en het overige voor de aandeelen A. Hoe groot moet de winst zijn, opdat het dividend in percenten voor beide soorten van aandeelen gelijk zij, en hoe groot is in dit geval het dividend?

1784i Berlijn is schuldig te Amsterdam:

Korte koers van Amsterdam op Berlijn 59,05 „ „ „ Berlijn op Amsterdam 169,— „ „ „ Londen op Amsterdam 12.1 „ „ „ Berljjn op Londen 20,42.

Hoe saldeert Berlijn zijn schuld op de voordeeligste wijze? *)

1785; Op welke w\jze berekent men de annuiteit eener geldleening, groot ƒ100000 a 4j °/0, aflosbaar in 35 jaren?

1786) Weenen ontvangt factuur van Berlijn over 5000 Duitsche Dojipelkronen, provisie £ °/00, renteverlies 3 dagen a 3 °/o> kleine onkosten HM 5,12 en dekt met een zichtwissel a 117,10. Als Weenen voor vracht, port en kabelkosten Ko'w 34,— betaalt en de stukken verkoopt aan de

t) Examens leerling-consul.

Sluiten