Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Portal behoort onder de eersten, die de aandacht gevestigd hebben op eene uitgezakte navelstreng. Jacob Primrose (1655) is de eerste geweest, die een dergelijk geval beschreven heeft. Daarna volgen Cosme Viardel en Paul Portal. Direct bij het inbrengen van den wijsvinger voor onderzoek voelde Portal in den hals van de lijfmoeder, — dat is de vagina — (in aanmerking 24) de streng van het kind. De therapie bestond in het doen van keering op één voet en moeder en kind herstelden voorspoedig. De vrouw stierf later door het bersten eener tubair zwangerschap, zooals door de sectie bewezen werd.

In aanmerking 31 lag naast de uitgezakte navelstreng eene hand, een elleboog en eene knie. De navelstreng werd eerst zoo ver mogelijk in de baarmoeder teruggebracht, en bleef gelukkig terug. Daarna werd de arm teruggebracht en door de knie wat op zij te schuiven kon een voet worden afgehaald, waaraan het kind verder werd uitgehaald. Het kind was levend en de moeder zat na 6 dagen weer in haren winkel. Eene schouderligging wordt beschreven in aanmerking 21. Bij een groot kind lagen voor: eene zijde van den hals, de schouder en het sleutelbeen. De keering op beide voeten werd gemakkelijk verricht, doch bij het ontwikkelen van het hoofd scheurde de hals af. Het hoofd werd daarna met eene haak uitgehaald. De vrouw herstelde voorspoedig.

Een elleboog was ingedaald in aanmerking 5. Om zeker te zijn, dat de elleboog niet voor de knie gehouden werd, ging Portal zijne hand verder inbrengen en vond den geheelen arm, die teruggebracht werd. De keering op de voeten werd gemakkelijk verricht, en het kind levend geboren. De placenta moest manueel verwijderd worden.

Sluiten