Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het scepticisme op wetenschappelijk gebied, heeft hij die daarvoor niet geopend op godsdienstig terrein? ') De drie kenmerken die S. noemt, „subjectief, teleologisch, symbolisch", geven geen van drie uitdrukking aan de „substantieele realiteit" van het object der religie. Zijns inziens is hier de wetenschap te veel, de godsdienst te weinig geëerd. De subjectiviteit, bedoeld bij S., is hard voor de „armen van geest." Het Evangelie zegt ons wel, ook naar binnen te zien, maar daar zien wij hoe rampzalig we zijn. In elk geval, kennis, van welken aard ook, impliceert altijd eene onderscheiding van subject en object, van de kennende intelligentie en de gekende realiteit.

Eene absoluut objectieve kennis is eene contradictio in terminis; eene absoluut subjectieve kennis verdient dien naam niet, omdat zij geen object heeft 2). Niet op de eliminatie van het subject, maar op de eliminatie van het eigen ik komt het aan, wil de kennis objectief zijn. Want dan alleen verdient de kennis dien naam, wanneer de verhouding van subject en object is zooals zij zijn moet. Alle kennis is gegrond, niet op „scheppende," maar op receptieve activiteit. Van de eliminatie van het eigen ik, de zelfverloochening, juist op het gebied der godsdienstige kennis zoo noodzakelijk, zwijgt het Symbolisme. Het spreekt ons alleen van het „onkenbare,"

') T. a. p. p. 116.

2) De schoon ontwikkelde gedachten omtrent de subjectiviteit der wetenschappen zullen wij hier niet vermelden, om herhaling te voorkomen.

Sluiten