Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het symbolo-fideïsme.

en daarna eerst erkenning van zijn Messias-zijn, verlaat men hem. Herodes Antipas doet hem uitwijken naar Phoenicië. Daar brengt de ontmoeting met de Kananeesche vrouw hem tot volkomen universalisme. Zijn „Sabbatschennis" en sommige gelijkenissen wekken de woede der Farizeën op. Allengs ziet Jezus, dat lijden en sterven zal moeten volgen. Maar dan blijft hem steeds de bovennatuurlijke zekerheid bij van eenheid met den Vader en van de waarde van zijnen arbeid.

Hij kiest zijne twaalven met het oog op den tijd, „wanneer de bruidegom van hen zal weggenomen zijn." In den Paracleet aanschouwt hij zichzelven, in majesteit wederkeerend. Bij zijn lijden wordt zijn bewustzijn van volkomen kinderlijke gemeenschap met God door het zwaarste niet verbroken. Slechts een oogenblik, aan het kruis, gevoelt hij zich verlaten. Nog in Gethsemane hoopt hij op eene verandering in het hart zijns volks, die een sterven onnoodig zou maken; en nog voor den Raad twijfelt hij niet, of als Messias zal hij wederkomen op de wolken.

Jezus' opstanding is een geestelijke; zijne verschijning aan Paui.us staat op ééne lijn en wordt dan ook in éénen adem genoemd met de andere; in de berichten zijn deze verschijningen min of meer gematerialiseerd. Waar het lichaam gebleven is weten wij niet; in elk geval: het graf was ledig. Jezus is niet ten hemel gevaren; zijne opstanding is een mysterie evenals zijne geboorte. Wij weten alleen dat, niet hoe hij leeft. De hemelvaart berust op eene fictie ten aanzien van de

Sluiten