Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoel onaangetast, noch de wil onveranderd, noch het verstand onaangeroerd.

De geschiedenis der godsdiensten in 't algemeen, en die van het Christendom in 't bijzonder leeren ons, dat de religie zóózeer eene levensvraag is voor den mensch, dat zij altijd zijn gansche persoonlijkheid in beslag neemt; dat zij eene plaats vraagt in zijne „consciëntie , invloed heeft op zijn hart, inwerkt op zijn denken, zijn gevoelen, zijn willen.

Nu is het, op elk gebied, even verkeerd en gevaarlijk, om de verscheidenheid prijs te geven voor de eenheid, als om de eenheid te verwaarloozen voor de verscheidenheid. In het algemeen mag het laatste — zeker niet het minste euvel van de twee genoemde — als een algemeen kenmerk van onzen tijdgeest worden aangemerkt. Hierop mag vooral bij de theologie wel het oog worden gevestigd.

Heeft het Symbolo-Fideïsme in zijne ontwikkeling met deze cardinale questie rekening gehouden? Wij rneenen van neen.

Terecht heeft prof. G. H. Lamers sprekende over de religie, het volgende opgemerkt: „De lokalisatietheorie op psychologisch gebied moge al elders zonder gevaar kunnen worden gehuldigd, hier, waar het God geldt, is het uiterst bedenkelijk, aan eenen of anderen

') De Leer van het Geloofsleven in N. Bijdragen '79 p. 258. Vergelijk Wetenschap v. d. Godsdienst, II, blz. 329, 330: (Men wachte zich) „voor iedere miskenning van den mensch als eenheid in zijn Godsdienstig-zedelijk wezen". Verder blz. 396—412 e. a. p.

Sluiten