Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prof. Bois zou zeggen: Mystère! Hier heerscht groote spraakverwarring, maar wij gaan daarop dan ook niet verder in. Nog twee uitingen moeten hier genoemd worden. De eene is deze : Gods werkzaamheid noemt S. religieus1). De andere luidt als volgt: „La rectitude de la théologie importe moins en religion que la chaleur de la piété 2). Ook bij den godsdienst, objectief beschouwd ?

Jammerlijk is ook hier de verwarring. Religieuze kennis (formeel), religieuze kennis (materieel) en theologische kennis liggen door elkander en over elkander heen.

Bespreekt men het eerste, dan dient over het kenmerkende van het godsdienstig kennen te worden gehandeld. Wat onderscheidt die kennis bv. van aesthetische kennis of van natuurkennis ? Kan men hier wel van kennis spreken, of moet men zich tot het begrip „gevoelsaandoening" beperken ?

Wordt over het tweede gehandeld, dan moet de vraag beantwoord worden : wat kent de godsdienstige mensch eigenlijk? Is het geen phantasma, dat hij zichzelven gesteld heeft? Moet hier van iets of van iemand gesproken worden ?

Heeft men het over theologische kennis, dan is de vraag: hoe moet de theologie de gegeven godsdienstige kennis rangschikken; en: hoe staat de materie dier wetenschap tot die van de andere weten-

') Esquisse p. 382. !) t. a. p. p. 383.

Sluiten