Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hartelijkheid, zijn' ootmoed, maar dat innerlijke leven is geïncarneerd in zijn lichaam, evenals óns leven in óns lichaam. Daarom zeggen wij dat wij van onzen vriend houden, niet: van het leven zijner ziel of van zijn gemoedstoestand. Elk mensch bergt een mysterie; maar dit mysterie ligt nader bij het „mysterie 2) van den godsdienst" dan prof. Sabatier schijnt te vermoeden.

Wat is eigenlijk het karakteristieke van het Christendom, dat het dogma deed geboren worden? S. beweert, dat „de innerlijke gemeenschap van de ziel met God de kern is van eiken historischen godsdienst." Wordt hier niet conditio sine qua non en kenmerk verward? Wat is eigenlijk het kenmerkende van het Christendom? S. antwoordt: een „Zoonsbewustzijn." Maar reeds vroeger waren er allerlei benamingen gebruikt om God aan te duiden: Rots, Vader, Moeder, Geneesheer enz., allen even gebrekkig. Aan dat oordeel ontkomt ook de uitdrukking „onze Vader" niet.

Inderdaad ligt het kenmerkende van 't Christendom niet op psychologisch, maar — al behoeft hier geen tegenstelling te bestaan — in de eerste plaats op historisch terrein. Ware dit in 'toog gehouden, dan zouden zoowel psychologie als historie beter zijn geëerd. Nu meent S. den rijken inhoud van 't Christendom tot ééne metaphoor te kunnen terugbrengen.

i) Sabatier gebruikt dit woord dikwijls. Het veelvuldig gebruik

van „mysterie" komt ook bij Lipsius voor.

Sluiten