Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liefde zeer goed over wat de mensch daarmee bedoelt, al kan de een zich in hoogere mate (quantitatief) voorstellen wat liefde is, dan de ander. Zoo nu is het met al de eigenschappen der persoonlijkheid, die tot de sfeer des geestelijken levens behooren.

Aangezien S. daarop niet gelet heeft, moet hij den uitroep: „God is groot," en evenzoo „God is liefde," verklaren als eene oneigenlijke uitdrukking.

Het wijsgeerige anthropomorphisme stelt daartegenover bij monde van Renouvier, Pillon en Bois de waar achtigheid van Gods persoonlijkheid, en de gelijksoortigheid van die persoonlijkheid met de individualiteit des menschen (qualitatief). Een waterdroppel — wat is die \ ei geleken bij den oceaan? En toch zijn droppel en oceaan qualitatief gelijk: beide bestaan uit water. Zoo is het, volgens deze geleerden, ook met den mensch en God.

Wel is waar kan men hier menige wijsgeerige gedachte, in zooverre het theïsme die buiten verband met de openbaring in Christus poneert, als eene speculatie aanmerken, die zichzelf niet herkent als een kind des geloofs >); — in samenhang met het geloof in die openbaring kan een dergelijke wijsgeerige grondbeschouwing niet genoeg worden aangeprezen, als reactie tegen het pantheïsme, door vele wijsgeeren met name in Duitschland, verkondigd.

Doch gaan wij verder met de ontwikkeling van het Godsbegrip van 't Symbolo-Fideïsme. Is het gevoel de

') Sabatif.r legt gedurig den nadruk op eenzijdigheden dezer wijsbegeerte, maar raakt hare beginselen bij zijne bestrijding niet.

Sluiten