Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste daarvoor Lycopersicum esculentum mill., Capsicum annuum Fingerh., en Mandragora officinalis L., terwijl de laatste evenals de Vries Solanum tuberosum voor zijn onderzoek bezigde.

Atropa Belladonna L. was voor A. de Wèvre 1), Nieotiana macrophylla L. voor Errera ®) een onderwerp van microchemische studie. Geen van beiden onderzocht echter het zaad.

Na het jaar 1887 zijn het Anema 3), Clautriau 4), Molle5) en Barth6), die nog in Solanaceae alkaloïde microchemisch opspoorden.

Anema en Barth onderzochten de volwassen planten en ook het zaad, de eerste van Atropa Belladonna en Nieotiana Tabacum de laatste bij Atropa Belladonna, Datura Stramonium en Hyoscyamus niger.

Deze laatste species waren ook de onderzoeksobjecten van Clautriau, die de zaden en de jonge plantjes ter onderzoek nam.

Molle trachtte zooveel mogelijk algemeene gege-

1) loc. cit.

2) loc. cit.

3) Anema. De zetel der alkaloïden bjj enkele narcotische planten. Dissertatie Utrecht 1892.

4) loc. cit.

5) loc. cit.

6) loc. cit.

2

Sluiten