Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loïden in de cellen een atnorph bruin praecipitaat met blauwen weerschijn bij het op- en nederdraaien der micrometerschroef, en zijn die basen daardoor gemakkelijk op te sporen.

In het zaad werd deze blauwe weerschijn niet waargenomen. Alleen in de cellen van de cotylen werd een duidelijk amorph bruin praecipitaat verkregen, dat in „ledige" doorsneden niet teruggevonden werd. Ook langs macrochemischen weg bleek mij dat de zaadlobben, die het zaad voor 't grootste gedeelte opvullen, dragers zijn van alkaloïde. Ook in de kiem zijn sporen aan te toonen.

Den 23*"'n Maart werden zaden uitgezaaid en de daaruit gekiemde plantjes aan een microchemisch onderzoek onderworpen. Toen de radicula te voorschijn kwam, bevatten alleen de zaadlobben alkaloïde, doch scheen dit hierin reeds verminderd. Na 5 dagen was de bypocotyle as reeds vleezig genoeg om het maken van doorsneden mogelijk te maken. Zoowel met JJK-oplossing als met kaliumbismuthiodide ontstond een overvloedig alkaloïde-praecipitaat in vele cellen binnen den vaatbundelkring. In den vaatbundel was alleen het parenchijm drager van alkaloïde. Daarbuiten bedroeg het aantal rijen cellen 26, waarvan de 10 binnenste (dus grenzende aan

Sluiten