Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De resultaten van de localisatie in de kiemplant met elkaar vergelijkende, komt men tot de slotsom, dat in den eersten tijd na kieming allen zich op analoge wijze gedragen: Bij allen komt een stadium voor waarin geen alkaloïde aanwezig is, behoudens de geringe sporen die gewoonlijk in het vegetatiepunt aanwezig zijn. Enkele malen kon ik het echter ook hierin niet aantoonen. In ieder geval moet men, naar aanleiding van de onderzoekingen van Clautriau, aannemen dat dit alkaloïde niet uit het zaad daarheen verplaatst, maar tijdens de kieming nieuw gevormd is.

Dit stadium duurt bij de eene langer dan bij de andere kiemplant, doch wordt ook bij de 3 verschillende species wederom gevolgd door een 2e stadium, waarin alkaloïde optreedt.

Is er hierin overeenkomst, anders is dit met de weefsels, waarin de planten-basen bij de Solanaceae, worden aangetroffen.

Komt bij Hyoscyamus niger het alkaloïde hoofdzakelijk in de epidermis der verschillende organen voor, bij Atropa Belladonna wordt het buitendien nog in het schorsparenchijm aangetroffen, terwijl Datura Stramonium geheel in afwijking met de 2 eerstgenoemde, alleen in jonge vaatbundelelementen alkaloïde herbergt.

Sluiten