Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het standpunt, dat alléén die voedingslaag alkaloïde bevat, terwijl mijn onderzoek leert dat ± l/3 gedeelte van het totaal alkaloïde in het endosperm voorkomt. Dit wordt nu tijdens de kieming ontleed en komt zóó de jonge plant ten goede. Uit de proef van Clautriau kan men dus alléén concludeerén, dat het zaad niet alle alkaloïde noodig heeft bij de kieming. Hoewel de plant echter het alkaloïde van het endosperm verbruikt, ga ik zelfs nog verder dan die conclusie, door aan te nemen dat de plant ook dat alkaloïde zoude kunnen missen. Het doet namelijk geen dienst als reservestof, doch is toevallig in het zaad aanwezig als tusschenprodukt van de eene stikstof houdende verbinding tot de andere. In het zaad verkeert het in rustenden toestand, om, zoodra in de cellen van het endosperm de eiwitstoffen hun kringloop beginnen, ook aan de algemeene omzetting deel te nemen.

Deze zienswijze sluit echter volstrekt niet uit, dat alkaloïden ook soms als excreten kunnen optreden, evenzeer als andere voor de stofwisseling noodzakelijke plantenstoffen dikwijls als excreten voorkomen. Zoo wordt b. v. de in nectariën afgescheiden suiker aan de stofwisseling onttrokken, evenals eiwitstoffen, zetmeel en vetten, die in melk-

Sluiten