Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nadat uit het thymusextract het nucleohiston met calciumchloride was neergeslagen, werd uit het filtraat het nucleoproteide gepraecipiteerd met azijnzuur; het neerslag werd vermengd met ongeveer half zooveel water als waarin het voor de praecipitatie met azijnzuur was opgelost en daarna door toevoeging van zoo weinig mogelijk ammoniak opgelost; de oplossing werd gefiltreerd; uit deze oplossing kon door calciumcliloride een gedeelte worden neergeslagen; het neerslag werd afgecentrifugeerd en met alcohol uitgewasschen, totdat de waschalcohol geen CaCl, meer bevatte; daarna werd het praecipitaat onder aether gebracht en gedroogd. Het aldus verkregen praeparaat zal in het vervolg met den naam van calcium-nucleoproteide worden aangeduid.

Hat gedeelte van het nucleoproteide, dat bij de praecipitatie met CaClj opgelost bleef, werd weer neergeslagen met azijnzuur; het neerslag, dat altijd grooter was dan het met CaCl, verkregen praecipitaat, werd met alcohol en aether uitgewasschen en gedroogd.

Koolstof- en waterstofbepalingen, a. Calcium-nucleoproteide, praeparaat I.

0.4018 gr. droge stof leverde:

j 0.7357 gr. CO, = 49.925 °/0 C j 0.2564 gr. H,0 = 7.093 °/0 H

0.4942 gr. droge stof leverde 0.0187 gr. asch.

Het aschgehalte van dit praeparaat bedroeg dus 3.784 #/0.

Het koolstof- en waterstofgehalte, berekend op de aschvrije stof, wordt alzoo: 51.900 °/0 C en 7.369 °/# H.

Sluiten