Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK.

I.iirü'i11ir 011 gesteldheid dor weiden.

Do weiden, waarover ik mij liob voorgenomen te handelen, zijn ton zuiden en ten zuidoosten van de stad gelegen en worden door do Msel doorsneden. In oude tijden schijnt dit niet het geval geweest te zijn, maar vormden de weiden een geheel. Do IJsel stroomde toen moor westelijk, vlak langs hot huis te Wilp, daar waar nn nog oen sloot den naam van Oude Msel draagt1).

Deze Oude IJsel omgaf aan de westzijde de woidon. Reeds vroeg ovenwol schijnt de tweede bedding, vroeger allicht een moerassige laagte, ontstaan te zijn. Toch bleef do oude tak voorloopig nog bevaarbaar, gelijk uit de Deventer Cameraars-rokeningen blijkt: zie rekeningen 1360 II 3 pag. 771 en 1383 2). Xog in 1394 was dit hot

1) Zie hiervoor Overijsselsche Almanak 1839, pag. 65 vlg.

2) Rekening 1360: jier Ghelmarum, Henr. Vekeman, Theod. de Arnhem, Ger. up Enghestrate et eorum sociïs navigantes pro navibus apnd castrum Wilpe iacentibus in autiqna Vsla et eas secniu deportantes.

Rekening 1383: Henrie ter brugghen ende aernt upperlieest niet peter dyrix soen, die tot Zutphen ghereden weren alse van onser stad weglien ende van onsen heren weglien van Utrecht an die Schepen ende Raet van Zutphen van den zake dat hore burgliere dat water up der oelder ysol achter onser stad merssche bevaren woelden tegen onser Stad wille.

Sluiten